Hoogte van de uitkering en verrekening bij verdiensten
Slide background

Per 1 januari 2021 geldt de Wet Vereenvoudiging Wajong.  Hierbij zijn verschillen tussen de diverse Wajong regelingen rechtgetrokken, zowel in de hoogte van de uitkering als in de wijze van verrekening van verdiensten.

 

Hoogte uitkering

Voor de hoogte van de uitkering betekent dit dat die, bij arbeidsvermogen 70% bedraagt van het wettelijk minimumloon en bij géén arbeidsvermogen 75% van het wettelijk minimumloon .

 

Verrekening van inkomsten uit arbeid

Ook de verschillen bij verrekening van inkomsten uit arbeid tussen de Wajong regelingen (oWajong, Wajong 2010, Wajong 2015) zijn hiermee verdwenen.

 

Garantiebedrag

Het garantiebedrag moet ervoor zorgen dat niemand in inkomen achteruit gaat bij de nieuwe regeling per 1 januari 2021.

Wat houdt het garantiebedrag in? Heeft u betaald werk of een loongerelateerde uitkering (dat wil zegen een uitkering waarvan de hoogte afhangt van het verdiende loon bij toekenning, zoals WW, Ziektewet of WIA)? Dan zou het kunnen dat u volgens de nieuwe regels in totaal minder geld overhoudt dan nu en dat is niet de bedoeling. Daarom berekent UWV welk bedrag u volgens de oude regels overhoudt en welk bedrag dat zou zijn volgens de nieuwe regels. U krijgt dan vanaf 1 januari 2021 het hoogste van die twee bedragen als aanvullende Wajong-uitkering. Dat is het garantiebedrag.

Bij de verrekening van verdiensten maakt het wel nog uit of u wél of níet werkt op basis van loondispensatie  en of u wél of géén arbeidsvermogen hebt.

Werkt u op basis van loondispensatie, dan betaalt uw werkgever u per uur minder dan collega’s die het zelfde soort werk doen. U krijgt minder betaald, omdat u door uw beperking in een uur minder werk kunt verzetten dan een collega zonder arbeidsbeperking.

Er zijn daardoor drie verschillende situaties.

  1. Uw werkgever krijgt voor u géén loondispensatie. U heeft volgens UWV wél arbeidsvermogen. In dat geval wordt 70% van uw loon verrekend met uw uitkering. De overige 30% dus niet. In de praktijk betekent dit dat u van elke euro die u verdient, 30 cent overhoudt.
  2. Uw werkgever krijgt voor u géén loondispensatie. U heeft volgens UWV géén arbeidsvermogen. In dat geval wordt 75% van uw loon verrekend met je uitkering. De overige 25% dus niet. In de praktijk betekent dit dat u van elke euro die u verdient, 25 cent overhoudt.
  3. Uw werkgever krijgt voor u wél loondispensatie. In de praktijk komt dat alleen voor als u volgens UWV wél arbeidsvermogen hebt. In dat geval wordt 70% van uw loon verrekend met uw uitkering. Maar omdat u werkt met loondispensatie, geldt hierbij een compensatiefactor. Die zorgt ervoor dat u er geen nadeel van heeft dat u per uur minder betaald krijgt dan een ander. Soms blijft uw totale inkomen met deze compensatie toch nog lager dan wat u verdiend zou hebben als u geen arbeidsbeperking had gehad. In dat geval krijgt u van UWV een aanvulling tot het volledige loon dat hoort bij uw functie en het aantal uren dat u werkt. Ongeacht hoe hoog dat functieloon is. In de praktijk moet u wel 32 uur of meer werken om deze aanvulling te krijgen